Leen Verzendaal: Diagnose

22 februari 2018

Als IPS-er werk ik met kandidaten die eigenlijk altijd een “diagnose hebben.”
Een label waar ze het mee moeten doen. Gelukkig hoef ik me in het werk daar niet zoveel aan gelegen te laten liggen. Niet het hoofd in het zand steken dat ook niet. Heel mooi modeltrouw kijk ik naar mogelijkheden, talenten, dromen en ambities.
Uiteraard gaat het in de gesprekken die ik voer ook weleens over zaken die werken en/of leren kunnen frustreren. Slecht slapen, snel boos, slechte concentratie en noem het maar op. Zaken die van invloed kunnen zijn op (het zoeken naar) werk.

Altijd vroeg ik me af hoe dat nu zou zijn, “een diagnose hebben”. Vorig jaar september werd ik op mijn wenken bediend. Op de dag dat we de verjaardag van mijn jongste zoon vierden eindigde ik ’s avonds bij de huisartsenpost. De ene helft van mijn (aan)gezicht had er de brui aan gegeven. Meer precies, de fijne motoriek. Een oog dat niet meer knippert, drinken als na een verdoving bij de tandarts, vreemd gevoelloos. Praten met woorden die niet helemaal lukken. In eerst instantie opgelucht, geen herseninfarct! Nee, Bellse Parese, aangezichtsverlamming, een scheef gezicht. Volgens de KNO-arts zou het allemaal wel weer over kunnen gaan, helemaal zeker was dat niet, het kan vriezen, het kan dooien.
Kuurtje met een flinke dosis Prednison. Lange bijsluiter met allemaal bijwerkingen opgesomd, waaronder slapeloosheid. Vooral die slapeloosheid hakte er nogal in bij mij. Lange nachten, niet lezen, geen TV, met één oog gaat dat niet zo lekker. Ieder kwartier op de klok kijken.

Maar gelukkig, een week of vijf, zes later ging het weer stukken beter, gezicht weer in de plooi, bijgeslapen, kortom klaar om weer aan het werk te gaan. Tot mijn verbazing bleek dat om onduidelijke redenen lastig. Gaan mensen vragen stellen, toch wel lang ziek geweest tenslotte. Gaan mensen kijken, kan je “het” nog zien? Kan ik mijn aandacht er wel bij houden? Het duurde nog een aardige tijd voor ik dat van mij af kon zetten.

Hoe ver mijnheer Belsse ook af staat van de hindernissen en vooroordelen die IPS-kandidaten moeten overwinnen, begrijp ik nu een heel klein beetje beter wat een prestatie het eigenlijk is om na jaren weer de stap naar werk te zetten.

Hulde!

Leen Verzendaal.
IPS-coach.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *